Meer Bèta kennis in de politiek Nederland

Draden serverdinsdag 19 februari 2019 14:48

“En een auto die snel rijdt, vervuilt natuurlijk per definitie minder, want die is sneller op zijn bestemming.” Nadat Mark Rutte door een journalist met deze uitspraak werd geconfronteerd, gaf hij direct toe dat dit een redenatie is die enkel door een alfa kan worden bedacht. Grappig, maar de uitspraak is wel tekenend voor het gebrek aan bètakennis in de politiek.

Recentelijk is de aandacht in politiek Nederland voor de bètasector en het technisch onderwijs toegenomen. De reden: het grote aantal vacatures voor bètaberoepen die bedrijven maar niet ingevuld krijgen. Te weinig jongeren schrijven zich in voor een technische opleiding. Om een impuls te geven aan het keren van deze ontwikkeling heeft het huidige kabinet 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het technisch vmbo.

Bij veel thema’s waarop de politiek directe invloed uitoefent speelt bètakennis een grote rol, zoals duurzaamheid, verkeer en digitalisering. Dit terwijl de politiek doorgaans aangedragen wordt als een a-technische wereld. Dit begint al in het voortgezet onderwijs waarin het vak maatschappijwetenschappen het beste in een vakkenpakket met geschiedenis en economie te passen. Het wordt in mindere mate gekozen door leerlingen die voor natuur- en scheikunde gaan. De studenten die rondleidingen geven op het Binnenhof voldoen enkel aan de functie-eisen voor dit bijbaantje als ze iets in de trant van geschiedenis of bestuurskunde studeren. Vanuit dit kader dragen zij hun enthousiasme over. Zo komen technisch opgeleide mensen minder gemakkelijk het politieke wereldje binnen. Dit is jammer, aangezien ieder vakgebied te maken krijgt met politieke besluiten, regelgeving of inmenging. Ook de ICT’er, de levensmiddelentechnoloog en de elektrotechnicus.

Bij het ontbreken van bètakennis onder politici worden eerder genoemde thema’s onvoldoende vanuit een bètabril bekeken. Bij het beoordelen van een dossier worden politici geadviseerd door medewerkers en lobbygroepen, maar zij zijn het zelf die de beslissingen nemen, een stem uitbrengen en het advies beoordelen vanuit hun eigen kennis en kaders.

Is er genoeg diversiteit?

Daarom is het opvallend dat als je kijkt naar de samenstelling van de Tweede Kamer er nauwelijks bèta’s te bespeuren zijn. Kamerleden die in hun studententijd een exacte wetenschap hebben bestudeerd zijn – afhankelijk van de definitie – op één of twee handen te tellen, en van de bewindspersonen heeft enkel Eric Wiebes een bètastudie afgerond; werktuigbouwkunde met afstudeerrichting energievoorziening. Dit staat in geen verhouding tot de proportie politici met een kennisachtergrond in de gammawetenschappen, zoals rechten en economie.

Bij verkiezingen is er in het publieke debat aandacht voor hoe de samenstelling is van een kabinet, kandidatenlijst of gemeenteraad. Die aandacht gaat in veel gevallen uit naar kenmerken als geslacht, woonplaats of leeftijd. De kennis die de politicus in kwestie meebrengt komt echter weinig ter sprake. Voor effectieve en adequate besluitvorming is een divers kennispalet hard nodig.

Dankzij het beschikbaar gestelde geld voor het technisch vmbo is er een begin gemaakt met een oplossing voor de ontbrekende bètakennis. Met enkel het beschikbaar stellen van geld zijn we er niet. Daarvoor is een veranderende mindset bij politici en de rest van de samenleving nodig.