Stikstof

Op 13 oktober 2020 presenteerde minister Schouten van Landbouw het wetsvoorstel Stikstofreductie en natuurverbetering. Dit voorstel vormt een poging om uit de stikstofcrisis te geraken, door in te zetten op bescherming en versterking van de natuur, en de hoeveelheid stikstofdepositie te verminderen. PerspectieF heeft de volgende reactie op het wetsvoorstel geformuleerd, waarin zowel onze houding tegenover het wetsvoorstel als onze positie in het bredere stikstofdebat duidelijk worden.

Het wetsvoorstel

  • Met het wetsvoorstel wordt een serieuze stap gezet om het stikstofoverschot aan te pakken. Er komen harde juridische maatregelen, strakke monitoring en steun voor boeren en bouwbedrijven om duurzamer te produceren.
  • Het stikstofprobleem snijdt aan alle kanten: waar je de oplossingen ook zoekt, het gaat ergens pijn doen. Het pakket dat er nu ligt, waarbij iedereen iets van de pijn moet dragen maar er gezamenlijk wel winst geboekt wordt, lijkt ons op dit moment het hoogst haalbare.
  • In het plan investeren we direct 3 miljard in de natuur. Dat geeft ook het signaal af dat we de natuur weer de waardering en prioriteit willen geven die het verdient, en die cruciaal is om ons land in letterlijke zin gezond te houden.
  • Het wetsvoorstel zal de stikstofproblematiek echter niet volledig oplossen. Ook voor ons betekent dat, dat sommige beslissingen niet zo ver strekken als we eigenlijk zouden willen. De waarheid is waarschijnlijk dat niemand volledig tevreden gesteld kan worden binnen dit dossier. Maar we zetten op deze manier wél een broodnodige stap in de juiste richting.
  • Het alternatief is namelijk om een nieuwe stikstofwet nog langer uit te stellen. Dan zal het proces waarschijnlijk tot na de verkiezingen in het slop zitten. Dat is wat ons betreft geen optie. De bouw, industrie en landbouw moeten immers zo snel mogelijk duidelijkheid verkrijgen over eventuele vergunningen. Anders dreigt een andere crisis, namelijk de woningnood, onoplosbaar te worden.

Echte oplossingen

  • Hoewel een groot deel van de stikstofemissie van de landbouw afkomstig is, kan het oplossen van de crisis niet alleen op boeren verhaald worden: er zijn binnen de landbouwsector in de afgelopen decennia ook al veel inspanningen verricht om de landbouw schoner en duurzamer te maken. De boeren ontkomen er niet aan om een belangrijk deel van de last te dragen, maar het geheel dragen we als volledige samenleving.
  • Dat we ons moeten inspannen om het probleem op te lossen, staat echter vast. Het is onze plicht de natuur te beschermen: door de afspraken die we gemaakt hebben in Europa, en door onze eigen overtuigingen als vereniging.
  • Dat vereist wat ons betreft ook een transitie van de landbouw op langere termijn, waarbij we gaan produceren op een schaal die ons land aankan, en we als samenleving afstappen van het idee van oneindige productiegroei en massale export. We moeten die transitie zo behapbaar mogelijk maken voor onze boeren. Dat betekent dat de doelstellingen ambitieus moeten zijn, maar we ook voldoende ondersteuning moeten bieden bij het behalen daarvan, en ruimte moeten bieden aan de creativiteit van de boer.
  • Richting de toekomst moeten we daarom verder inzetten op innovatie van de techniek. Maar ook moeten we werk maken van de herindeling van de landbouw en oplossingen op het erf zoeken, bijvoorbeeld door een weidegangplicht in te voeren.
  • Er zijn plekken waar de landbouwproductie echt omlaag moet om de natuur te kunnen beschermen. Stoppersregelingen moeten dan ook gericht worden ingezet op die specifieke locaties, en zo worden ontworpen dat ze daadwerkelijk een aanvaardbaar alternatief vormen voor boeren.

Politieke keuzes

  • Dit dossier vormt vooral ook een les voor de politiek: we zijn aanbeland op het punt waarop het probleem niet meer op te lossen valt zonder flink letsel op te lopen. Dat komt voor een aanzienlijk deel ook door weifelachtig en ineffectief kabinetsbeleid gedurende de voorbije decennia, waarbij langetermijnvisie te veel heeft ontbroken. Laten we richting de toekomst nooit meer aarzelen om de natuur vooraanstaand mee te wegen bij het opstellen van beleid. En laten we nu vooral de samenwerking opzoeken in plaats van de polarisatie, om de uitdagingen daadwerkelijk als ‘samenleving’ het hoofd te bieden.
  • De uiteindelijk oplossing ligt besloten in een politieke omslag: onze economische ambities moeten altijd in harmonie zijn met onze ecologische verantwoordelijkheden. Daarom werken we onder andere aan de omschakeling naar ‘kringlooplandbouw’, maar het is een bredere opdracht. We moeten eveneens inzetten op duurzaam transport en een CO2-heffing voor bedrijven. Dat is de route naar een maatschappij die oog heeft voor mens én natuur, in al haar facetten, en in al haar diversiteit.