Misdaad en Ondermijning

Misdaad en ondermijning21092020

Sinds een paar jaar is er veel politieke en maatschappelijke focus op ondermijning van de politie en georganiseerde criminaliteit. Mede voor het tegengaan van die georganiseerde criminaliteit was de nationale politie opgericht. Nu zijn we, met redelijk wat succes, bezig om steeds meer gespecialiseerde teams op te zetten. Dat is hard nodig want we moeten stappen blijven zetten om de kans van opsporen en oppakken te vergroten. Ondermijning zorgt voor enorm veel zichtbare en onzichtbare schade. Het raakt de economie en de maatschappij.

Steeds jonger worden jeugdigen bijvoorbeeld betrokken bij kleine criminaliteit in opdracht. Een verhaal wat mij nog bijstaat is een beschieting in opdracht die door een 18-jarige en 21-jarige uitgevoerd werd op een coffeeshop in Delft. De 18-jarige is later overleden nadat de politie hem heterdaad betrapte en heeft geschoten. Voor mij is vooral de vraag waarom zulke jongeren bij dermate grote delicten betrokken zijn belangrijk. Volgens het inspectierapport Justitie en Veiligheid (JenV) treedt er een verharding op binnen criminele jeugdgroepen en zijn de leden van deze groepen steeds jonger. Ook het feit dat politie minder wijkagenten op wijktaken kan zetten doordat ze vaker worden ingezet voor protesten en bijzondere teams als een hennepteam of een woninginbraakteam , wordt in het rapport benoemd als probleem. Met minder politiewerk in de wijk is de politie vaker aangewezen op informatie vanuit de gemeente. Soms wordt die informatie echter vanwege privacyregels achtergehouden.

Zoals eerder gezegd moeten we blijven opschalen om alle nieuwe en veranderende vormen van criminaliteit tegen te gaan. Daarbij mogen we echter preventieve en sociaal-maatschappelijke factoren uit het oog verliezen. De politie heeft daarvoor onder andere een jeugdvisie. Evenals in de jeugdvisie van het Openbaar Ministerie staat hierin vermeld dat zowel preventie zorg als nazorg belangrijk zijn in de keten van jeugdstrafrecht.

Hier moeten wij ook op politiek vlak iets mee doen. Er is een les uit te trekken die al in lijn is met de koers van de ChristenUnie en PerspectieF, en haar blik op de overheid en de samenleving. Uit het inspectierapport van JenV en uit meer studies over georganiseerde criminaliteit, politie en rechtshandhaving, blijkt dat het bestrijden van georganiseerde criminaliteit grote bestuurlijke samenwerking vraagt. Daarbij moeten signalen en informatie worden vergaard, verwerkt en gedeeld die soms moeilijk waar te nemen zijn. Wat hier ons ideaal is, is het zo vroeg mogelijk herkennen van informatie en signalen van jongeren die het verkeerde pad op gaan. Wat hier vooral benadrukt moet worden is dat drie politieke machten, overheid, samenleving en markt -hier is het niet om de trias politica te doen- niet zonder elkaar kunnen. De overheid kan duidelijk niet zonder de samenleving. De samenleving bestaat uit het sociale milieu en de gezinnen waar kinderen in opgroeien, en allerlei sociale en maatschappelijke partners om mensen heen.

Wat moeten we dan? Het is populair om meer blauw op straat en hogere straffen te vragen, en dat is misschien een deel van de oplossing, maar kan niet op zichzelf staan. Het moet hooguit deel zijn van een bredere maatschappelijke aanpak. Wat moeten wij hieronder verstaan?

Ten eerste: In buurten en woonwijken begint een deel van de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. Pieter Tops bespreekt in zijn boek “De Achterkant van Nederland” al dat het ‘tegen de autoriteiten zijn’ of ‘op afstand van de overheid staan’ al een deel van een cultuurtje is wat criminaliteit in de hand werkt. Dat betekent lang niet dat iedereen in zulke buurten crimineel is, maar áls daar criminaliteit plaatsvindt is de gemiddelde burger veel meer geneigd zijn mond te houden dan een ander te corrigeren of naar de politie te stappen. Hier moeten wij aan meer maatschappelijk, sociaal en moreel kapitaal werken, zodat op termijn criminaliteit niet meer gedijt, niet meer acceptabel of gedoogd is.

Ten tweede: De politie is goed op weg om dreiging van de zich steeds beter organiserende misdaad tegen te werken, op te sporen en aan te houden, maar in bestuur en samenleving hebben wij nog stappen te maken. Nu we al een aantal jaren duidelijke stappen tegen georganiseerde misdaad zetten, kunnen we reflecteren op wat effectief blijkt en wat niet, en politiek bijsturen. Hierover vanuit Christelijk Sociaal PerspectieF enige opmerkingen.

Ten derde: De kracht van de samenleving is ontzettend belangrijk wanneer de samenleving en overheid worden ondermijnd. Daarom moeten we meer burgers informeren en bekendmaken met de signalen en symptomen van ondermijning. Ik heb zelf voor een opdracht voor de universiteit onderzocht hoe politie en gemeente Leiden ondernemers konden betrekken bij de strijd tegen ondermijning. Uit veel gesprekken en onderzoek bleek dat men wel enige kennis bezit over wat ondermijning in het algemeen is, maar ook dat onduidelijkheid bestaat over de precieze signalen. Met concrete aanwijzingen voor specifieke misdaden gaven eigenlijk alle ondernemers aan naar de politie te stappen, maar waar men met minder specifieke informatie naar toe kon gaan was onduidelijk. Ook waren verschillende meldpunten voor verschillende zaken verspreid en was daar weinig eenduidigheid in te vinden. De participatiesamenleving kan een belangrijk middel zijn tegen georganiseerde misdaad, maar een participerende samenleving vergt wel een geïnformeerde samenleving.

Dit vraagt een goede veiligheidsaanpak die de wijk en het lokale niveau serieus neemt. Bovendien vraagt het de maatschappij die deze taak op zich wil nemen om voor een deel ook zelf mee te werken aan lokaal veiligheidsbeleid. Een van de bekende drugsproblemen vraagt ook voor een deel een maatschappelijke oplossing en maatschappelijke actie. Wij kunnen op politiek niveau bespreken of wiet weer harder verboden, gedoogd of gecontroleerd geteeld moet worden – persoonlijk zou ik eerder voor een verbod pleiten- maar dat blijft dweilen met de kraan open wanneer er in de maatschappij een gedoogcultuur heerst.

Wat vraagt dit van de politieorganisatie? Ik begon deze column met het inspectierapport van JenV in gedachten. Daarin stond een afweging over wijkagenten meer in de wijk of op meldingen inzetten, of capaciteit vragen voor demonstraties en gespecialiseerde teams. We vragen steeds veel en meer van onze politieorganisatie dus de bestrijding van georganiseerde criminaliteit gaat meer middelen en mensen vragen. Een alternatief is taken schrappen waarvoor de politie onterecht het afvoerputje is, bijvoorbeeld inzake verwarde personen.

Een laatste samenvatting en oproep blijft dat we in de strijd tegen georganiseerde misdaad zowel de repressieve als preventieve kant moeten zien, en ook de sociaal maatschappelijke kant. Dit vraagt meer samenwerking met maatschappelijke partners, en een meer een geïnformeerde en participerende samenleving.

Auteur: Daniël van Holten

« Terug

Reacties op 'Misdaad en Ondermijning'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.