« Terug

Artikel 23: kritische zelfreflectie, geen slachtofferschap

Artikel 23 banner.pngwoensdag 09 februari 2022

In de Perspex van januari 2022 verscheen een column van Annelijn de Gier met als titel: ‘de schoolstrijd’. Hierin licht zij de historie van het beruchte artikel 23 van onze Grondwet toe en pleit ze voor een hernieuwde waardering voor het recht dat wij als christenen aan dit artikel ontlenen: het recht op vrijheid van onderwijs. In de inleiding doet de auteur de ophef over de ‘anti-homoverklaringen’ van reformatorische scholen af als iets wat in de media werd uitvergroot, maar wat eigenlijk best meevalt, want ze bleken “in werkelijkheid niets meer te zijn dan het onderschrijven van de bijbelse lijn van het huwelijk”. In de rest van het stuk komt de positie van LHBT’ers op christelijke scholen niet meer voor. Een gemiste kans voor het aanzwengelen van een échte discussie, want het gesprek over artikel 23 kan tegenwoordig moeilijk nog worden gevoerd zonder de rechten van de LHBT-gemeenschap hierbij te betrekken. Want juist dát is het punt waar niet-christenen over vallen, na de “uitvergrote” media-ophef over de verhalen van LHBT’ers die onderwijs hebben gevolgd op reformatorische scholen.

Door Veerle Boersma

Anti-homoverklaringen?

Zoals Annelijn de Gier in haar column al aangaf is er inderdaad veel media-ophef over geweest, maar hoe zit het nou eigenlijk met die zogenaamde ‘anti-homo verklaringen’? Alle zeven reformatorische middelbare scholen in Nederland maken gebruik van het identiteitsprofiel zoals die is opgesteld door de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS)[1]. In deze verklaring wordt een ‘homoseksuele levenswijze’ sinds 2017 niet meer expliciet afgekeurd, maar staat wat betreft seksualiteit wel de volgende zin: “seksualiteit heeft in de bijbel te maken met het vormen van een onverbrekelijke verbintenis in het huwelijk tussen één man en één vrouw.”[2] Klinkt een stuk mooier dan een expliciete afkeuring, maar op de keper beschouwd verschilt het toch niet zoveel van elkaar.

Waar deze opvatting over seksualiteit uiteindelijk op neerkomt is iets wat voor menig homoseksueel christen zeer pijnlijk is: je mag wel homo zijn, maar je mag niet homo “doen”. Dus: een liefdevolle, monogame relatie tussen twee mannen of twee vrouwen is zondig in Gods ogen, een celibatair leven vol eenzaamheid en onderdrukte gevoelens is de betere optie. Reformatorische scholen mogen volgens de Grondwet deze opvatting prediken. De vraag die ik wil stellen is: moeten we dat als christenen willen? Voldoet deze opvatting, waarin de homo niet wordt gehaat maar zijn liefde wel, aan het liefdevolle en niet-veroordelende karakter wat de Bijbel van ons vraagt? Een mens en de liefde die hij voelt zijn zo wezenlijk met elkaar verbonden. De aanname dat voor een homo een scheiding daartussen wél mogelijk is, is absoluut niet liefdevol.

Kritische zelfreflectie

Bij een discussie over artikel 23 schiet de christelijke wereld snel in de verdediging. Niet zo gek, want de vrijheid van onderwijs zoals vastgelegd in het Grondwetsartikel staat onder druk. Op 5 oktober 2021 steunde een Kamermeerderheid een motie om de identiteitsverklaringen van scholen te verbieden en kwam de PvdA met een wetsvoorstel om artikel 23 te wijzigen[3]. De VDD wil dat artikel 23 ondergeschikt wordt aan Grondwetsartikel 1 en een acceptatieplicht invoeren, waardoor leerlingen niet meer mogen worden geweigerd vanwege hun levensovertuiging of die van hun ouders[4]. Op die manier is het moeilijk om de christelijke identiteit van de school te behouden. Daarom wil ik pleiten voor een kritische zelfreflectie, in plaats van het slachtofferschap wat ik zo nu en dan proef bij de christelijke gemeenschap wat betreft dit onderwerp.  

Het recht dat wij als christenen aan artikel 23 ontlenen is groot en belangrijk, maar er hoort ook een zekere verantwoordelijkheid bij. Bij het nemen van die verantwoordelijkheid komen moed, lef en een zeker niveau van ongemak kijken. Het betekent dat er gesprekken moeten worden gevoerd tussen mensen die tegenover elkaar staan wat betreft hun standpunten over homoseksualiteit. Dit is confronterend en kan pijnlijk zijn, maar laten we elkaar vooral zien als gelijken in ons geloof in God. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om zowel artikel 23 als christelijke homoseksuele jongeren te beschermen, als we maar naast elkaar gaan staan.

Dit opinieartikel is geschreven als reactie op de column ‘De schoolstrijd’, verschenen in de meest recente Perspex. Download hier