« Terug

Interview met kandidaat-Secretaris Nathánaël Post

7.pngvrijdag 17 juni 2022

We bevinden ons rustig en geduldig naast het open raam in een trein richting Rotterdam Centraal: brede rivieren gaan buiten waarschijnlijk traag door oneindig laagland, maar op dit late tijdstip is daarvan geen klap te zien, waardoor we ons maar tot elkaar richten.

Redacteur: Nathan Kramer

Wie ben je?

“Ik ben Nathánaël Post, ik ben twintig jaar oud en ik ben eerstejaars student geschiedenis in Leiden. Hiervoor ben ik al politiek actief geweest bij de ChristenUnie in Rotterdam, waar ik vandaan kom. Ik heb daarbij ook op de lijst gestaan, ben actief geweest bij de campagnecommissie, secretariaat gedaan, genotuleerd, enzovoorts. Dat is echt ontzettend leuk. Sowieso ben ik heel erg geïnteresseerd in politiek, dus dit was een logische stap.”

“Verder houd ik van een goed boek lezen, af en toe gewoon ook muziek luisteren, maar ‘echte hobby's’ heb ik eigenlijk niet. Verder geef ik sinds kort met veel plezier geschiedenisles aan klassen 2 VWO. Het is wel zwaar, maar zeker leuk.”

Heb je nog een aanbeveling wat betreft goede boeken?

“De Canon van het Wetenschappelijk Instituut van onze partij is zeker aan te raden, maar die staat sowieso al in de leeslijst van ieder goed lid van de ChristenUnie.

Anders kan ik het boek Pontius Pilatus van Paul Maier ook ten zeerste aanraden. Zeer interessante beschrijving van de historische figuur van Pilatus, die vooral bekend blijft van de kruising natuurlijk. Dit boek gaat in op de vraag waarom hij daar überhaupt bij was, of hij tot geloof is gekomen, enzovoorts. Heel interessant.” 

Kom je uit een politiek nest?

“Nee. Eigenlijk zijn mijn ouders wel trouwe ChristenUnie-stemmers, maar ze zijn niet politiek actief. Wel is mijn moeder erg actief binnen onze kerkelijke gemeente en doet daarnaast ook maatschappelijk werk, dus in dat opzicht strookt dat wel met het CU-plaatje”

Als ik geen lid was bij PerspectieF, waar was je dan lid bij geweest?

“Dan zou ik waarschijnlijk een eigen partij hebben opgericht. Het CDA sluit niet aan, de SGP niet, en D66 al helemaal niet.” 

Da’s vrij radicaal.

“Ja absoluut, maar ik zou niet anders kunnen. En tja, anders dan misschien CDA. Maar dat vind ik wel heel matig. Ik wil een partij die sociaal is, maar ook christelijke waarden uitdraagt als hoofdpunt. Geen enkele andere partij in Nederland heeft dat zo!”

Wie is jouw politiek voorbeeld?

“Ik noem er twee: eentje uit het binnenland, eentje uit het buitenland. 

Wat betreft buitenland: Barack Obama. Ik bewonder dat hij zich vanuit zijn betrekkelijk arme achtergrond zo heeft opgewerkt tot aan het Witte Huis toe. Hij heeft ook echt zijn handen uit de mouwen gestoken, bergen verzet binnen het maatschappelijk leven van de stad Chicago. En nu, na zijn presidentschap zet hij zich volop in voor klimaat- en jeugdproblematiek. Natuurlijk zijn er ook wel dingen op hem aan te merken, maar al met waardeer ik hem wel.”

“En dan een Nederlands politicus.” Nathánaël denkt lang na en zoekt naar zijn antwoord. De zorgvuldigheid van zijn keuzeproces is aan de overkant van de tweezitter sterk te voelen: meerdere namen komen langs: Willem Drees wordt aangestipt vanwege zijn opbouw van de verzorgingsstaat, maar hij is volgens Nathánaël een beetje teveel met zijn politieke partij in te kleuren. Na lang verder twijfelen komt het hoge woord eruit:

“De dossierkennis van Pieter Omtzigt waardeer ik. En tja, al onze vijf eigen kamerleden natuurlijk.”

De handen uit de mouwen zijn meermaals gevallen, is dat iets typisch Rotterdams in je denken en doen?

Nathánaël reageert enthousiast: “Ja echt! Als ik ook kijk naar de Rotterdamse politiek, zijn er niet echt dingen waar ik trots op ben altijd; acht mannelijke wethouders en dan Leefbaar… Maar de mentaliteit van aanpakken waardeer ik enorm. De ChristenUnie heeft dat ook in zich. Wat mij betreft hadden ze daarom alleen al meer zetels mogen krijgen.”

Wat is de voornaamste reden dat je voor het bestuur van PerspectieF hebt gesolliciteerd?

“Sowieso wou ik na mijn studie ook echt politiek actief worden. Me inzetten voor Nederland; aanpakken. Ik krijg nu al jeuk van sommige plenaire debatten, dat kan zoveel beter. Dus echt er met een gestrekt been in en samen met leeftijdsgenoten politiek bedrijven. Ik zie dit dan ook echt als een beginstap in een politieke carrière, waar het schip strandt zie ik dan wel weer.” 

Dus dit is ook je opstap naar een verdere politieke carrière?

“Ja. Na dit bestuur is het niet klaar voor mij, ik zou willen doorgroeien. Juist ook omdat jongeren zo veel invloed kunnen hebben. Er zitten nu echt amper jongeren in de Tweede Kamer.”

Habtamu de Hoop is 24.

“Nja, die is goed, maar er zijn nog steeds echt te weinig jongeren in de Kamer. Trouwens, 150 zetels is echt niks, dus nu is een uitgelezen kans om er meer zetels aan toe te voegen. 250 zou mooi zijn.”

Wat vind je het meest uitdagend aan de functie die je gaat bekleden?

“Twee dingen: ik wil me echt inzetten voor de praktisch opgeleide leden binnen onze organisatie, dat kan echt stelselmatig beter. Verder het onderwerp van mentale gezondheid. In de afgelopen jaren is daar veel aandacht voor geweest, ook na corona, dat moeten we voortzetten en er een tandje bij zetten. En het liefst in samenwerking met onze staatssecretaris.”

De omroeper kondigt aan dat station Rotterdam Alexander in het verschiet ligt. We ronden af.

Heb jij nog opmerkingen?

“Ik heb er heel veel zin in en ga me 100% inzetten. Ik hoop dat de leden vertrouwen hebben in mijn handelen en mijn mogelijkheden dan wel capaciteiten, ik zal ze niet teleurstellen. Ook kijk ik uit naar de goede gesprekken: aan het einde van de rit hoop ik alle leden toch minstens één keer persoonlijk gesproken te hebben.”

Alle duizendnogwat?

“Nou…”