De afschrikwekkende onderdrukking van de (christelijke) Papoea’s in Indonesië

MicrosoftTeams-image (1).pngwoensdag 11 november 2020 15:29

Door Dominique Deinum (lid Internationaal Secretariaat PerspectieF)

Toen Indonesië in 1949 onafhankelijk werd, bleef één gebied hiervan uitgesloten; Nederlands Nieuw-Guinea. Hoewel de exacte redenen achter de beslissing van Nederland om het gebied te behouden onderwerp van discussie zijn, lijken de wens van Nederland om een invloedsfeer in de regio te kunnen behouden, en de waarschijnlijk onverzoenbare relatie tussen de overwegend Islamitische Indonesiërs en overwegend christelijke bewoners van wat Nederlands Nieuw-Guinea werd, een belangrijke rol te hebben gespeeld.De wens van Nederland om het gebied aan te houden bleek echter onhaalbaar. Althans, in ieder geval was Nederland niet bereid de prijs hiervoor te betalen. In een tijd waarin enerzijds de net losgebarsten Koude Oorlog grote druk zette op de VS om een expansie van het communisme naar onder meer Indonesië te voorkomen, en anderzijds het net onafhankelijk geworden Indonesië zich strijdbaar opstelde om ook het laatste door Nederland gecontroleerde gebied in de regio in te lijven, boog Nederland in 1962 uiteindelijk voor de druk.

Op 15 augustus 1962 ondertekende Nederland het Verdrag van New York, waarmee Nederlands Nieuw-Guinea onderdeel werd van Indonesië. De Nederlanders hadden hun eis voor zelfbestuur van de inwoners van het gebied; de Papoea’s, echter niet opgegeven. Als onderdeel van het Verdrag van New York, werd hierom vastgelegd dat Indonesië een referendum zou houden waarbij de Papoea’s zouden mogen beslissen of zij onderdeel van Indonesië zouden worden of zelfbestuur en onafhankelijkheid zouden krijgen. Het referendum, wat enkele jaren later in 1969 zou volgen, bleek echter een farce. Een groep van 1025 Papoea’s werd geselecteerd door het Indonesische leger, om onder bedreiging aan te geven of zij onderdeel van Indonesië wilden blijven of zelfbestuur en onafhankelijkheid wilden. De uitslag liet zich raden; 99,9% van de Papoea’s stemde ervoor om onderdeel te blijven van Indonesië. Hoewel dit lijnrecht tegen de eerdere eis van Nederland betreffende dat Nederlands Nieuw-Guinea in ging, was het een issue geworden waar Nederland liefst zo weinig mogelijk nog mee te maken had. Er waren enkele jaren voorbij gegaan sinds de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea aan Indonesië, en in geopolitiek opzicht had Nederland ervoor gekozen de band met Indonesië niet op het spel te zetten, en te (blijven) buigen voor de aan de Koude Oorlog gerelateerde belangen van de VS.

Momenteel, zijn de Papoea’s in voormalig Nederlands Nieuw-Guinea echter onderworpen aan ernstige onderdrukking door de Indonesische autoriteiten en veiligheidstroepen. Sinds de (de facto) overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea aan Indonesië in 1962 (die effectief werd in 1963), is er onder de Papoea’s (grote) onvrede en verzet tegen de overdracht, die met ernstige brutaliteit en onderdrukking door de Indonesische autoriteiten is onderdrukt. Schattingen van het aantal Papoea’s dat sinds de overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea aan Indonesië door Indonesische autoriteiten is omgebracht lopen tot in de 500.000, talloze Papoeaanse vrouwen zijn verkracht en tot op de dag van vandaag is er sprake van ernstige, en gewelddadige onderdrukking.

Een serieuze vraag die als gevolg hiervan gesteld kan worden, betreft: In hoeverre is Nederland verantwoordelijk voor het huidige lot van de Papoea’s? Nederland volledig verantwoordelijk houden voor het huidige lot van de Papoea’s, die tevens een vaak over het hoofd geziene vervolgde christelijke minderheid vormen, gaat gezien de geopolitieke druk die voor Nederland tot overdracht van Nederlands Nieuw-Guinea overging te ver. Wel is het een vraag die een serieus antwoord verdient, en een vraag die het liefst ook leidt tot actie om het afschrikwekkende lot van de Papoea’s onder de Indonesische autoriteiten te veranderen.

« Terug