Ja, maar: beschrijving van het correctief referendum

vote-2042580_1920.pngmaandag 16 november 2020 23:37

Het 'bindend correctief referendum' lijkt er te gaan komen; de Tweede Kamers heeft onlangs voor gestemd. Maar moeten we deze poging tot democratische vernieuwing nu omarmen, of is het een ingreep die ons systeem vooral ontregelt. De meningen zijn erover verdeeld, en dat wordt treffend geïllustreerd door Wouter Jan de Graaf en Jan Werkman

Ja - Wouter Jan de Graaf

Politiek is dialoog, consensus zoeken, maar gaat ook over macht. Je zoekt naar overeenstemming, je beargumenteert jouw kijk, maar uiteindelijk bepalen 76 zetels in de 2e Kamer en 38 zetels in de 1e Kamer het resultaat. De basis van die macht ligt in de verkiezingen. De kiezers geven het parlement een mandaat om hen te vertegenwoordigen. Hoewel Nederland behoort tot de top van meest democratische landen ter wereld is ook hier nog ruimte voor verbetering.

Denk aan het leenstelsel. Veel partijen zijn vóór afschaffing, maar omdat het nu vast ligt in een regeerakkoord wordt het middels een kunstmatige meerderheid in stand gehouden. Of denk

de Coronaspoedwet. Een nieuw onderwerp waarmee de kiezer geen rekening heeft kunnen houden bij het afgeven van z’n mandaat. In beide gevallen dient de burger de mogelijkheid te krijgen om de regering te kunnen corrigeren. Een soort tegenmacht die het parlement in uitzonderlijke gevallen kan bijsturen.

Uiteraard horen hier verstandige randvoorwaarden bij. Ten eerste moet het een duidelijke, overtuigende correctie zijn op de representatieve democratie. Daarom moet minimaal de helft van het aantal kiesgerechtigden dat kwam opdagen bij de laatste 2e Kamerverkiezingen vóór correctie zijn (opkomst in 2017 was 82% en dus moet bij een referendum minimaal 41% van de stemgerechtigden vóór correctie zijn). Hiermee voorkom je dat een minderheid regeert.

Ten tweede zijn alleen nieuwe wetten vanaf invoering van het correctief bindend referendum referendabel. Verder zijn begrotingswetten, de Grondwet en Internationale verdragen niet referendabel. Belangrijk om te vermelden is dat het uitroepen van een noodtoestand voldoende waarborgen geeft om Nederland tegen existentiële dreigingen te verdedigen.

Tot slot, om een referendum op te zetten is er ongeveer een half miljoen handtekeningen nodig. Dat geeft duidelijk aan dat er een groot draagvlak is voor het houden van het referendum.

Belangrijk om te begrijpen is dat het correctief bindend referendum niet bedoeld is om meer dialoog te creëren over onderwerpen. Dat dient al goed gewaarborgd te zijn in het parlement. Dit referendum geeft de samenleving, de burger de mogelijkheid om een noodstop te gebruiken.

Met de juiste randvoorwaarden zal het referendum alleen bij zwaarwegende onderwerpen succesvol kunnen zijn. Het is daarmee geen ondermijning, maar een aanvulling op de democratie.

Maar - Jan Werkman

Er zijn verschillende praktische bezwaren voor de invoering van een correctief bindend referendum. Denk alleen al aan de manipulatie en buitenlandse beïnvloeding die bij een referendum voor kunnen komen. De eenvoudige vraagstelling van het referendum past zelden bij de complexiteit van het probleem. Het Brexit-referendum in het VK en het Oekraïne-referendum in Nederland zijn hier wat mij betreft goede voorbeelden van. Maar als we op deze manier redeneren gaan we al voorbij aan een dieper en veel fundamenteler argument tegen de invoering van een correctief bindend referendum: het hoort niet bij de democratie die we voor ogen hebben.

Op het eerste gezicht is een referendum hét middel waardoor het volk kan regeren. Het volk heeft dan uiteindelijk het laatste woord, wat dicht in de buurt komt van het ideaal van een directe democratie. Een gezonde directe democratie wordt namelijk gekenmerkt door communicatief handelen. Dit betekent consensus zoeken, elkaar proberen te begrijpen en op zoek gaan naar gemeenschappelijke waarden. Dit staat in schril contrast met strategisch handelen: proberen met politieke slimmigheidjes een meerderheid te behalen. Een correctief bindend referendum versterkt juist dit strategische handelen: er is geen tijd of ruimte meer voor een zoeken naar consensus. De publieke discussie die dit zou bevorderen is niet de juiste.

Ook als doekje voor het bloeden helpt een referendum niet. Referenda vergroten de polarisatie, zowel tussen burgers onderling als tussen burgers en overheid. Daarnaast veroorzaakt de eenvoud van een referendum ook dat de complexiteit van het politieke vraagstuk uit het oog wordt verloren.  De mening van burgers moet meer mogen zijn dan een simpel ja of nee.

Het moge duidelijk zijn dat onze democratie lang niet perfect is. Maar een correctief bindend referendum invoeren is een stap in de verkeerde richting: naar verkiezingen en strategisch handelen in plaats van naar communicatief handelen en consensus. Misschien is het inderdaad nodig dat mensen meer mee kunnen praten over beleid. Maar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij politieke partijen én bij burgers. Een referendum is niet het middel om dit te bereiken.

« Terug