Etnisch profileren en de coulance van een ervaringsdeskundige (longread)

IMG-20190510-WA0006.jpgvrijdag 10 mei 2019 20:50

Mijn stressniveau schiet meteen omhoog. Natuurlijk is een rijbewijs in België geen identiteitsbewijs: ik had een paspoort mee moeten nemen. De studenten voor me hebben daar ook niet bij nagedacht. 'Regels zijn regels,' zegt de chauffeur. Hij is niet kwaadwillig, hij houdt zich aan de regels. Het viertal protesteert en ik probeer te verzinnen op welke manier ik vanavond thuis kan komen als ik niet met de Flixbus mee mag. De studenten gaan in de aanval en de chauffeur schiet in de verdediging. 'Jullie begrijpen dit niet,' zegt hij heftig. 'Ik ben allochtoon. Ik moet me altijd identificeren.'

Ik heb daar nooit echt over nagedacht. Reizigers met een Flixticket zijn verplicht om een geldig identiteitsbewijs te tonen. Aangezien ik dat niet kan, heeft de chauffeur simpelweg het recht – sterker nog: de plicht – om me niet toe te laten in de bus. Mijn blanke luxepositie is de crux: ik ga ervan uit dat hij mij en de vier studenten op onze blauwe ogen zal vertrouwen dat het ticket dat wij tonen op onze naam staat. Misschien reageert hij zo heftig omdat hij weet in ons geval als allochtoon waarschijnlijk niet het voordeel van de twijfel te krijgen.
Bij de invoering van de identificatieplicht in Nederland werd het laatste ook als argument te berde gebracht. Tegenstanders voerden aan dat een identificatieplicht tot discriminatie zou leiden omdat alleen bepaalde groeperingen naar hun identificatiebewijs zou worden gevraagd. Toentertijd was het een nog heikeler punt omdat het vrijwel waterdichte Nederlandse bevolkingsregister de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog een fantastisch middel gaf om mensen op te pakken. Het was niet vreemd dat de identificatieplicht subiet verdween na de bevrijding van Nederland. In 1994 werd de plicht tot identificatie bij gegronde verdenking en financiële transacties ingevoerd. De maatschappelijke discussie was bij de invoering van de algemene identificatieplicht in 2004 absoluut nog niet uitgewoed. Pal na invoering werd de vrijwilligersorganisatie Stichting Meldpunt Misbruik Identificatieplicht opgericht.
Etnisch profileren is in Nederland – en elders – een vastgesteld probleem. Mensen van een andere etniciteit worden vaker dan witte Nederlanders gevraagd zich te identificeren. In mei 2018 stelde D66-Tweede Kamerlid Salima Belhaj Kamervragen nadat een lokaal gemeenteraadslid had opgemerkt dat de Koninklijke Marechaussee bij een controle op Eindhoven Airport alleen zwarte mensen uit de rij had gehaald. Het wetsvoorstel van minister van Justitie Grapperhaus in september waarmee ras of etnische afkomst één van de vereiste gegevens zouden worden bij de aanvraag van een wapenvergunning, leverde flinke stennis op. Een voornaam bezwaar was dat hiermee etnisch profileren werd versterkt.
Controles hebben een domino-effect, zo schrijft Amnesty International. De informatie bij verkeers- en identiteitscontroles wordt opgeslagen en feit is dat iemand ‘in het systeem’ een groter kans op politie-aandacht heeft. In het rapport ‘Boeven vangen’ uit 2016 stelde Twynstra Gudde vast dat er in Nederland duidelijk sprake was van etnisch profileren en dit bijdraagt aan ongelijkheid in de samenleving. Kernachtig handelt de politie door etnisch profileren in strijd met haar eigen waarden – zelfs met de grondwet. In samenwerking met Amnesty en de organisatie Control Alt Delete ontwikkelde de politie in 2017 een handelingskader waarin uiteen werd gezet hoe proactieve controle diende te verlopen. In februari dit jaar meldde de politie dat de kwestie beter bespreekbaar was geworden, er nieuwe regels waren voor proactief controleren en een app in de maak was. Wel erkende minister Grapperhaus in een brief aan de Tweede Kamer dat politiemensen zich niet altijd ervan bewust waren wat het voor mensen in het algemeen betekende om staande te worden gehouden en in het bijzonder voor mensen met een etnische achtergrond.
Het schip is niet zomaar gekeerd. Er zijn nog stappen te zetten. De Flixbuschauffeur staat in zijn recht om ons de toegang tot de bus te ontzeggen. Zijn eigen ervaringen met een vorm van etnisch profileren zouden een extra reden kunnen zijn om bij ons strikt vast te houden aan de regels. Waarom zou hij coulance tonen als hem dat niet wordt betoond? Hij reageert zijn wrevel over de bestaande maatschappelijke praktijk echter niet op ons af. Hij herhaalt dat regels gewoon regels zijn. Zijn persoonlijke uitspraak ‘ik moet mij altijd identificeren’ lijkt bluswater voor het vuur van het viertal. Het kwartet neemt gas terug en erkent zijn gelijk en benadrukken dat ze de situatie snappen. En dat is het moment waarop hij zijn positie aanpast. 'Jullie zullen door mij in het vervolg dat paspoort niet vergeten,' zegt hij met iets van humor. 'Voor dit keer sta ik het toe.' We bedanken hem welgemeend, schieten de bus in. Bij het uitstappen bedank ik hem nogmaals. Hij komt nog even terug op de situatie. Maar niet om de onjuistheid van ongelijke behandeling tussen allochtonen en autochtonen in de maatschappij te benadrukken. 'Kijk naar het woord "paspoort", "poort" betekent grens dus als je over de grens gaat moet je een paspoort meenemen." Een ezelsbruggetje om me te behoeden voor eenzelfde scenario in de toekomst waarbij het misschien niet met een sisser afloopt.
Nogmaals: bewonderenswaardig.
Antrude Oudman