Wat zegt links-rechts nog? Een blik op Amerika

3BernieSanders.jpgdonderdag 13 februari 2020 15:18

De politiek wordt doorgaans verdeeld in twee flanken: links en rechts. Dat praat makkelijk en maakt bovendien het aanwijzen van vrienden en vijanden een stuk eenvoudiger. In de Nederlandse democratie is die tweesplitsing eigenlijk nooit echt opgegaan; in de tijd van de verzuiling werd onze politiek bepaald door vier groepen: liberalen, socialisten, katholieken en protestanten (ook al waren die naar protestantse traditie onderling ook weer in allerlei facties verdeeld), op basis van sociaaleconomische visie en geloofsovertuiging. In onze tijd zijn de politieke verhoudingen alleen nog maar complexer. De kiezer baseert zijn of haar keuze nu ook op progressieve en conservatieve standpunten, culturele onderwerpen, migratiepolitiek, bescherming van het milieu en de bestrijding van de klimaatcrisis. Dit onoverzichtelijke pallet aan mogelijkheden heeft zijn sporen flink nagelaten: in 2017 werden er maar liefst dertien partijen onze Tweede Kamer binnen gestemd. Maar dat de links-rechts verdeling veel te simplistisch is om anno 2020 nog veel zinnigs over politiek te kunnen zeggen wordt pas echt duidelijk als we naar een land gaan waar al tijden een tweepartijensysteem functioneert: de Verenigde Staten. Zelfs daar gaan de termen ‘links’ en ‘rechts’ je niet veel verder helpen als je iets wijzer wilt worden over de huidige verkiezingsrace.

Door Tim Kuijsten

Toen Donald Trump opkwam als presidentiele kandidaat in 2015 waren alle kopstukken van de Republikeinse partij fel gekant tegen de ordinaire zakenman. Zijn platte gescheld schoot de ‘deftige’ partijelite in het verkeerde keelgat. Die elite verslikte zich echter volledig in haar eigen arrogantie, en was bovendien totaal niet verenigd in haar krijgsstrategie. Het gebakkelei onder de overige Republikeinse kandidaten bracht de een na de ander ten val, terwijl Trump handig gebruik maakte van hun geruzie. Zijn succes viel enerzijds te verklaren door zijn persoonlijkheid: hij was vlot in debatten, beet nietsontziend terug op elke aanval in zijn richting, en wist zijn opponenten als een halve comedian in de hoek te zetten. Een doorsnee politicus was hij zeker niet, maar die status wist Trump goed uit te spelen; het was niet enkel retoriek dat hem de Republikeinse nominatie bracht. Trump wist dat een enorm deel van de Amerikaanse kiezers kotsbeu was van de standaardpolitici die enkel beleid ontwierpen voor de rijke bovenklasse, en de gewone burger niet zagen staan. En dus maakte hij ook inhoudelijk aanlokkelijke beloftes: hij zou een einde maken aan de draconische handelsverdragen en banen voor de Amerikanen behouden, hij zou de Amerikaanse troepen terugtrekken uit kansloze oorlogen, en hij zou het ‘volk’ weer op de eerste plaats zetten.

In feite was het sentiment niet veel anders bij de Democraten. Ook in die partij hadden vele mensen het wel gezien met de stereotype praatjesmakers uit Washington die uiteindelijk niet tot nauwelijks iets voor hen betekenden. Ook daar vonden zij een kandidaat die een hele andere politiek voorstond, zij het aan het andere uiteinde van het politieke spectrum: Bernie Sanders. Een democratisch ‘socialist’, in werkelijkheid niet wezenlijk verschillend van de gemiddelde sociaaldemocraat die wij in Nederland kennen, maar in de VS een complete nieuwigheid die zowel voor enthousiaste nieuwsgierigheid als voor argwaan zorgde. Net als Trump bleek ook Sanders een onverwacht sterke kandidaat te zijn. Ook hij wist ‘het volk’ te inspireren. Ook hij was voor behoud van de banen en het terugtrekken van Amerikaanse troepen, en bovendien beloofde hij ook nog een integrale zorgverzekering voor iedereen en een herziening van het belastingstelsel om de belachelijke economische ongelijkheid te bestrijden. Er bestond echter één groot verschil met de Republikeinen: de Democraten hadden al maanden voor het begin van de campagne besloten dat Hillary Clinton hun volgende president moest worden, en de elite deed er alles aan om haar over de streep te trekken in de voorverkiezingen. Dat lukte uiteindelijk, zij het met de grootste moeite en via flink wat vlieg- en stuntwerk, bedenkelijke e-mails en een aantal ondemocratische geheime wapens. Trump zei dat de verkiezingen ‘rigged’ waren tegen hem, Sanders had hetzelfde kunnen zeggen. Uiteindelijk heeft de Democratische partijtop haar vooringenomenheid duur moeten bekopen: Clinton verloor de verkiezing.

Beide verhalen uit de 2015/2016 campagne maken één ding duidelijk: de Amerikaanse politiek is niet slechts verdeeld in linkse Democraten en rechtse Republikeinen, die beide alleen nog hun beste debater of meest charismatische figuur uit de vijver moeten vissen. Binnen de twee partijen bestaan allerlei groepen met geheel verschillende opvattingen op tal van thema’s, en op sommige onderwerpen hebben die groepen meer gemeen met andere groepen uit de concurrerende partij dan met hun eigen partijgenoten. Populistisch-links en populistisch-rechts wordt het doorgaans genoemd, maar zelfs dat oversimplificeert de werkelijkheid eigenlijk al.

De campagne 2020 is inmiddels in volle gang, en opnieuw komt de verdeeldheid tussen links, rechts, ‘establishment’ en ‘populisme’ naar voren. Maar de krachtsverhoudingen liggen ditmaal geheel anders. Trump geniet enorme populariteit binnen zijn eigen achterban, en heeft binnen de Republikeinse partij geen enkele tegenstand te dulden. Sanders hoort al vanaf het begin van de Democratische race bij de favorieten, ligt op dit moment op kop in de peilingen, en heeft vanaf begin dit jaar eigenlijk een vlekkeloze race doorlopen. Het is nog verre van een uitgemaakte zaak, maar het zou zomaar kunnen dat Sanders ditmaal niet af te stoppen is door welke partijprominent dan ook. Krijgen we dan een strijd tussen extreemrechts en extreemlinks om het presidentschap? Eentje die toch gewoon om de klassieke scheidslijn gaat draaien? Dat ligt wellicht toch ietsje ingewikkelder.

Bovenstaande analyse zou je namelijk niet te horen krijgen als je op de grote Amerikaanse nieuwszenders afgaat, zelfs niet als die zenders als 'links' te boek staan. Zij draaiden vier jaar geleden al het verhaal af dat Trump veel te extreem zou zijn om in de buurt van het presidentschap te komen. Daarin kregen ze ongelijk. Ook beweerden ze bij hoog en laag dat Clinton door haar gematigdheid de kandidate was die het voor de Democraten moest doen. Die theorie kon achteraf de prullenbak in. En tot aan dit moment blijven ze stellen dat Sanders te oud is, niet genoeg mensen voor zijn ideeën kan winnen en het slecht doet onder stemmers van kleur. Je raad het al, niets van deze beweringen blijkt tot nog toe waar te zijn. Sanders staat er riant voor in de peilingen en heeft in beide voorverkiezingen die reeds gepasseerd zijn ruimschoots de meeste stemmen binnen gehaald. In Nederland zou je gewoon zeggen dat Sanders twee keer soeverein heeft gewonnen. In Amerika doen ze daar nogal moeilijk over. Dat komt onder andere doordat de conventionele media daar geheel anders werken. Het zijn allemaal commerciële omroepen en dagbladen, die gespekt worden door onbegrensd rijke miljardairs. Het is een beetje alsof RTL5 alle politieke verslaggeving doet, zonder de miljardairs wellicht. Die miljardairs zitten niet te wachten op een uiterst linkse president die hen wat meer belasting wil laten betalen. En dus laat de journalistiek haar oren hangen naar de belangen van haar geldschieters, en zijn zij, zachtjes uitgedrukt, geen natuurlijke fans van Sanders.  

De media hebben het liever over traditionele kandidaten dan over Trump en Sanders. Mensen die zich in dezelfde kringen begeven en de elite een stukje beter gezind zijn dan de populisten. Maar vergis je niet, enkel een scheidslijn trekken tussen conventionelen en populisten geeft de huidige Amerikaanse politiek al even slecht weer als de klassieke links-rechts scheiding. Trump en Sanders staan op tal van onderwerpen lijnrecht tegenover elkaar. Bovendien bedreigt Trump de rijkdom van de elite niet, in tegenstelling tot Sanders. Tegelijkertijd kan Sanders zomaar een heel aantal kiezers van Trump af gaan snoepen, mocht hij genomineerd worden. Het geeft aan dat de hedendaagse Amerikaanse democratie alleen maar ingewikkelder is geworden, en zich niet meer tweedimensionaal laat uitdrukken. Dat is ook de reden dat je de huidige verhoudingen in de Democratische race niet zo makkelijk kunt analyseren. Aanhangers van kandidaten uit het midden koesteren niet noodzakelijk andere centristen als hun tweede keus. Zo geven supporters van de gematigde kandidaat en oud vicepresident Joe Biden aan dat zij zomaar op Sanders zouden kunnen stemmen mocht Biden het niet gaan halen. Er bestaat dus de wonderlijke situatie dat kiezers van Trump in 2016 hun voorkeur nu bij Sanders hebben liggen, terwijl voormalig aanhangers van Biden uiteindelijk ook bij die stem zullen uitkomen. Ideologie zegt lang niet alles in een Amerikaanse politieke race, zeker niet wanneer de partijen die de ideologieën moeten belichamen de belangrijkste onderwerpen negeren. Dan stelt de kiezer zo zijn eigen voorwaarden aan een kandidaat. Al hebben de Amerikaanse media dat nog niet helemaal door zo lijkt het.

Opvallend is dat de Nederlandse media, die toch veel meer ervaring hebben met een gefragmenteerd politiek speelveld, de Amerikaanse conventionele media nog in veel van hun analyses navolgen. Dat wil zeggen: ook hier krijg je nog vaak te horen dat Sanders waarschijnlijk te links is voor Amerika. Dat zou uiteindelijk kunnen blijken, maar op dit moment is dat niet de logische conclusie. Het links-rechts verhaal heeft in Amerika maar een beperkte toegevoegde waarde, en ook de Republikeinen vs Democraten splitsing bleek al in 2016 weinig impact te hebben op de zwevende kiezer. Wat dat betreft moeten we in Nederland wat meer gebruik maken van onze eigen expertise als we de Amerikaanse verkiezingen intelligent willen beschouwen: je moet eerder dertien dan twee factoren meewegen om een zinnige voorspelling te kunnen doen.

« Terug

Reacties op 'Wat zegt links-rechts nog? Een blik op Amerika'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Archief > 2020

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari